Banner-top

 

Moestuinieren, voor iedereen en overal.

Sinds 8 jaar heb ik weer een volkstuin. Overgenomen van mijn schoonvader toen deze overleed.

MoestuinierenEen paar jaar heb ik de tuin elk jaar traditioneel twee steken diep omgespit, maar ben nu overgestapt op bewerken met de woelriek of grelinette. Een brede riek met 5 lange tanden en twee stelen. Je steekt de riek recht de grond in vervolgens trek je de twee stelen naar achteren. De grond wordt dan luchtig en los gemaakt en ook het meeste onkruid wordt losgewoeld. Dit kun je dan makkelijk wegharken.
Voordeel van deze “niet-kerende grondbewerking” is dat de bodemorganismen die boven in de grond zitten op hun plek blijven en dat hun huis dus niet op zijn kop wordt gezet. Beter voor je bodemleven dus. Verder gaat de bewerking sneller dan spitten en is het beter voor je rug. Nadeel is dat je op deze manier geen grote kluiten stalmest onder kunt werken. Een oplossing hiervoor is om de stalmest eerst te laten composteren. Compost werk je met een hark door de bovenste laag heen.

Daarnaast plant ik rond mijn tuin en rond de bedjes Russische smeerwortel. Dit is een kruising tussen twee soorten smeerwortel. Deze is onvruchtbaar, zaait dus niet uit en vermeerdert alleen vegetatief. Met zijn lange wortels haalt de smeerwortel voedingsstoffen diep uit de bodem en slaat deze op in het blad. Van de bladeren maak ik gier. Ik stop ze in een emmer water en laat het een week of twee staan. Daarna giet ik het door een oude doek en het aftreksel giet ik verdund (1 liter per emmer) als meststof tussen de planten. Op deze manier kun je ook gier maken van brandnetels. Ook snijd ik de bladeren van de smeerwortel een zestal keer per jaar af en strooi ze uit over de bedden. De voedingsstoffen komen zo in de bovenste grondlaag terecht. Het is sowieso beter om je grond bedekt te houden met bladafval, gras (maaisel) of stro of eventueel met karton. Op deze manier ontstaat een humuslaag, die rijk aan bodemleven is en blijft de grond vochtig, wat in droge zomers een groot voordeel is. Ook van onkruid heb je veel minder last. Dit bedekken van je grond heet mulchen (mulsjen). Ook is permacultuur een trend die in opkomst is. Je werkt dan meer met vaste planten waarvan je regelmatig kunt oogsten. Voorbeelden zijn Nieuw-Zeelandse spinazie, eeuwig moes en oerprei. Grondbewerking is dan nog minder nodig.
Bladluizen ga ik te lijf met een rugspuit gevuld met water en per liter 20 cc vloeibare driehoekzeep en 20 cc spiritus. Ook span ik wel fijn gaas over de planten tegen insectenvraat. Vogels houd ik weg met netten, gespannen over bogen van electriciteitsbuizen.

Niet iedereen is in de gelegenheid om een lapje grond te huren, maar ook in een kleine tuin of zelfs op een balkon kun je groenten kweken. In emmers kun je prima worteltjes kweken en er zijn speciale houten moestuinbakken te koop. Vul ze wel met biologische potgrond. Heb je weinig oppervlakte, dan kun je ook de hoogte in. Aan de schutting kun je bakken hangen en je kunt peultjes kweken langs een bouwstaalmat tussen de palen van een pergola.
Steeds vaker zaai ik mijn groenten thuis voor om de kauwen en duiven voor te zijn. Ik maak zelf zaaigrond van 10 scheppen potgrond, vermengd met 4 scheppen metselzand. Zaaien doe ik in zaaitrays, mosselbakken en boterkuipjes. Met noppenfolie bescherm ik de bakken tegen uitdrogen en nachtvorst. Vuistregel voor zaaien is: zaai net zo diep als het zaadjes dik is. Sommige zaden, zoals prei mag je helemaal niet onderdekken. Alleen een beetje aandrukken.
Naast groenten zaai ik ook graag akkerbloemen rond de tuin om de wilde bijen en vlinders te lokken. Op internet, Pinterest en Youtube is heel veel informatie te vinden over allerlei vormen van moestuinieren. Zelf je groenten kweken is gezond, lekker, leuk en brengt je in contact met de natuur.

Jan Nuijten.