Banner-top

 

De Kerkuil

Kerkuilen cEen paar maanden geleden zag ik in het programma Vroege Vogels de Kerkuil voorbijkomen. Ik dacht meteen terug aan de jaren zeventig, toen ik bij Staatsbosbeheer werkte. Eén keer per jaar kwam de landelijke kerkuilenspecialist Sjoerd Braaksma naar West-Brabant toe om wat kerken te bezoeken. Nou hoor ik u denken: Braaksma en braakbal? Nou, dat heeft geen bal met elkaar te maken. Sjoerd bezocht heel veel kerken in Nederland, een ware kerkganger dus. Het ging in die jaren slecht met de kerkuil. Sjoerd reisde altijd per trein en had dan een tas bij zich met daarin een overall, ringen en een zaklantaarn. Zodra we de kerk binnen waren liep Sjoerd enthousiast naar de trap die naar de kerkzolder leidde. Ik volgde hem als een soort volgeling. Sjoerd was de voorganger.

Daarna besteeg hij de grote trap naar de kerktoren. (Toevallig is een Grote Trap ook een vogel, maar het ging nu om de Kerkuil). Omdat ik hoogtevrees heb, bleef ik meestal halverwege de trap vol bewondering naar Sjoerd kijken. Hij ging zonder angst de donkere ruimte in, maar wel met zijn zaklantaarn aan. Een echte schijnheilige dus. Na de zolder beklom Sjoerd ook nog de trap in de toren. Hij leek dus ook nog op een ‘Torenvalk’. Zodra hij een Kerkuil van zijn nest zag vliegen was Sjoerd niet meer te houden om direct daarna de jonge Kerkuiltjes te gaan ringen. Als hij uiteindelijk alle hoeken en gaten had geïnspecteerd klauterde hij ook nog wel eens even het dak op om daarna weer door een luik naar binnen te kruipen om te zien of er ook nog vleermuizen waren. Dat zou tegenwoordig van de Arbeidsinspectie niet meer mogen, denk ik. Sjoerd had volgens mij een goede engelbewaarder. Door dit werk ‘op hoog niveau’ verdiende hij meer dan ik, en terecht. Vogelbescherming Nederland gaf in die tijd voor elk geslaagd broedgeval van de Kerkuil een premie van 25 gulden aan de eigenaar van het pand. Zou het geholpen hebben? Misschien, want gelukkig gaat het nu weer redelijk tot goed met deze fraaie vogel. Of ze nu nog geringd worden, dat weet ik niet. Als trouwambtenaar zie ik vooral veel geringde mensen.

© Paul Asselbergs